Laïla (21) is moslim en lesbisch. Twee dingen die volgens haar perfect te rijmen vallen, maar haar familie en de Marokkaanse gemeenschap denken daar helemaal anders over. Toch kiest ze voor zichzelf en zet ze een grote stap: weglopen van huis.
Uitweg
Het borrelde al een hele tijd bij Laïla, een vlotte twintiger van Marokkaanse afkomst. De verwachtingen die haar ouders hadden, zou ze nooit kunnen inlossen. Zolang ze bij haar ouders woonde, zouden die verwachtingen er blijven, en de hoop dat hun rebelse dochter op een dag zou trouwen en kindjes krijgen. “Die kindjes mag je al schrappen, daar heb je een man voor nodig. En net dát wil ik niet!”, zegt Laïla overtuigd. “Ik wil iets van mijn leven maken en samen zijn met mijn vriendin.”
Daarom zocht ze een uitweg. “Met kerst liep ik weg van huis, ik had het gehad. Pas anderhalve dag later hadden mijn ouders in de gaten dat ik niet meer terugkwam.” Laïla praat snel en honderduit. Ze weet wat ze wil en heeft een heldere kijk op de wereld. “Ik heb gekozen voor een middenweg. Via mijn getrouwde zus is er sporadisch contact met de familie. Zij sust hen met het feit dat ik op mezelf wil wonen om fatsoenlijk te kunnen studeren. Als ze te weten komen dat ik het ook doe omwille van mijn geaardheid, ben ik hen voorgoed kwijt.” Diezelfde zus is de enige die weet dat Laïla van vrouwen houdt. “Ze ziet me nog steeds als zus, maar beschouwt mijn seksuele voorkeur als ‘het werk van de duivel.”, zucht Laïla. Ze hoopt wel dat de rest van haar familie het op een dag ook zo zal bekijken. “Ze hoeven mijn lesbisch-zijn niet te aanvaarden, maar ze moeten me op de eerste plaats leren zien als hun kind of hun zus.”
Hokjes
Eens Laïla haar eigen stekje heeft, wil ze terug contact opnemen met het thuisfront. “Dan zal ik de uitleg geven die ik hen verschuldigd ben. Maar voorlopig ben ik liever arm en gelukkig!” Al is ‘gelukkig’ misschien een groot woord. De eerstejaarsstudente is in drie weken al vier keer verhuisd. “Het is niet gemakkelijk om zonder inkomen een woonplaats te vinden. Om een uitkering te krijgen, heb ik een vast adres nodig. Om ergens vast in te trekken, moet ik een waarborg betalen.” Een vicieuze cirkel dus. ”Toch ben ik blij met de stap die ik heb gezet.”, zegt ze trots. “Dat is niet evident binnen de Marokkaanse gemeenschap.”
Laïla onderscheidt zich duidelijk van die gemeenschap. “Ik heb altijd beter kunnen opschieten met Belgen.”, legt ze uit. “Marokkanen denken sterk in hokjes, ze staan niet open voor andere dingen.” Laïla gelooft in Allah, maar is geen praktiserend moslim. “Ik hou van de islam, maar ik geloof niet in de mensen uit mijn omgeving, hun denkwijze en de manier waarop ze hun cultuur mixen met geloof.” Plaatst zij de Marokkanen dan ook niet in een hokje? “Als zij in hokjes denken, dan ik ook!”, lacht ze betrapt.
Runaway Bride
“Als ik hetero was, had ik misschien wél voor de klassieke weg gekozen. Maar het is nu zo, ik kan mezelf niet veranderen. Ik heb het altijd moeilijk gehad met de strenge opvoeding van mijn ouders. Ik mocht niet buiten spelen, niet naar het buurthuis, bij de scouts of bij een sportclub. Toch deed ik mijn zin en sloop ik stiekem het huis uit. Ik ondervond er heel wat nare gevolgen van, maar ik kan toch terugblikken op een fijne jeugd. Dat maakt me nu sterk: ik kan het wel alleen aan.”
Toch deed Laïla ook haar best om iedereen te plezieren. Op haar zestiende besloot ze te trouwen met een jongen uit de buurt. Ze lacht terwijl ze het vertelt, haar idee was duidelijk geen succes. “Ik heb het huwelijk uiteindelijk afgezegd. Dat was een grote schande binnen de gemeenschap. Alles was geregeld, ik had mijn trouwjurk gekocht en ik had stiekem een appartement op mijn naam gezet. Toen ze daarachter kwamen, briesten mijn ouders dat ik daar maar moest gaan wonen, weg van hen.”
Welkom
Een paar maanden later keerde Laïla terug naar huis. De gebeurtenissen hadden indruk gemaakt en ze veranderde haar houding binnen het gezin. Ze kwam vaak 'te laat' thuis en hield zich steeds meer afzijdig van haar broers en zussen. “Zij denken hetzelfde als mijn ouders: ik doe hen verdriet en dat mag niet.” De situatie werd onleefbaar. “Telkens als ik de sleutel in het slot van de voordeur stak, bekroop me een onbehaaglijk gevoel: zo erg vond ik het om thuis te komen. Ze deden vaak alsof ik lucht was. Maar het kwam ook van mijn kant. Ik vertelde niet waar ik heen ging en stelde me egoïstisch op.”
Bij de familie van haar Belgische vriendin voelt Laïla zich een stuk meer welkom. “Onlangs wist ik niet zo zeker of ik wel uitgenodigd was op hun familiefeestje. Toen dat via een sms'je duidelijk werd, konden ze niet genoeg benadrukken hoe graag ze mij erbij wilden. Zelfs mijn schoonvader stuurde een bericht: ‘Je bent hier altijd welkom, dat weet je toch!" Laïla heeft het een beetje moeilijk om zoveel liefde en vertrouwen te accepteren. “Voor hen lijkt het allemaal doodnormaal, bij mij blijft er altijd een beetje wantrouwen hangen. Ook in mijn relatie.”
Probleemjongeren
Ondertussen verblijft Laïla in een goedkope crisiskamer van de school. Ze klust bij in een bakkerij en probeert voorlopig zo de eindjes aan elkaar te knopen. “Werken, voetbal, taken, examens: het is moeilijk te combineren. In mijn klas noemden sommigen me tijdens een opdracht zelfs lui en slordig. Ik heb een woordje uitleg gegeven over mijn situatie en nu begrijpen ze het wel.” Maar de grote klop van de hamer moet nog komen, denkt ze. “Gelukkig hou ik me vast aan mijn geloof. En ik heb hier zelf voor gekozen. Ik ben vastberaden om mijn diploma te halen en dan zien we wel verder.“ Op een dag hoopt Laïla te kunnen werken met probleemjongeren. “Bemiddelen tussen ouders en hun kinderen – het maakt niet uit of het allochtonen of Belgen zijn, moslims of christenen - dát is mijn ding.” En dat kan geen verrassing zijn.
(WD) 29/01/2009 |