Wat gebeurt er als je een Sloveense, een Libanese en een naar Estland geëmigreerde lesbienne naast elkaar zet? Het zou het begin kunnen zijn van een ordinaire mop maar deze drie nationaliteiten vormden de basis voor een ernstig gesprek over het wel en wee van holebi’s in het buitenland. De naar Estland geëmigreerde Ilke Jaspers (25), Maja Mojškerc (23) uit Slovenië en de Libanese Rebecca Saab Saade (23): allen namen ze deel aan ‘Anders in een andere wereld’, een project dat door Wel Jong Niet Hetero vzw opgestart werd om de Vlaamse jeugd te confronteren met de leefsituatie van jonge holebi’s in andere landen.
Gedurende één week reisde men met een caravan Vlaamse scholen en jeugdbewegingen af. Ilke, Maja en Rebecca reisden mee. De Wel Jong Niet Hetero webredactie greep hun aanwezigheid aan voor een gesprek over hun leven als holebi in het buitenland.
Holebi’s hebben het goed in België, wordt wel eens gezegd. Wat loopt er dan zoal mis in jullie thuisland?
Rebecca: “Naast het feit dat ik geviseerd wordt als lesbienne door de Libanese overheid (homoseksualiteit is immers strafbaar in Libanon), is één van mijn grootste beslommeringen de dagdagelijkse discriminatie waarmee ik af te rekenen krijg als vrouw. Wanneer ik er vrouwelijk en aantrekkelijk uitzie en alleen over straat wandel, dan word ik door mannen nageroepen en beledigd. Wanneer ik een ‘butchy’ (mannelijker) voorkomen aanneem ben ik ‘een vrouw met een penis’ of een ‘een man met borsten’. Wanneer je niet aan de norm voldoet in Libanon dan heb je het simpelweg ‘zelf gezocht’. Daarbovenop is er de sociale druk om bijvoorbeeld te trouwen, kinderen te krijgen, etc. Ons organiseren en holebi-lobbygroepen opstarten is trouwens een riskante bezigheid.”
Maja: “Hetgeen dat mij het meest stoort is dat Sloveense holebi’s niet dezelfde rechten hebben als heteroseksuelen. Ik kan niet trouwen met de persoon die ik graag zie en krijg hiervoor dus geen wettelijke erkennning. Dan is er nog de discriminatie en homofobie waar ik mee af te rekenen krijg; ik ben anders behandeld geweest door mijn gynaecoloog, verbaal uitgemaakt en fysiek aangevallen op straat allemaal omdat ik lesbisch ben. Een goede verstandhouding met mijn familie kan ik niet combineren met de vrouw van mijn leven.”
Ilke: “Onlangs nog was ik bij een vriendin waarvan de moeder me op een foto in een krant had gezien. De moeder had gelezen dat ik bezig ben met holebi-rechten binnen Estland. Jammergenoeg reageerde zeer homofoob en maakte ze duidelijk aan haar dochter dat ‘perverten’ niet welkom zijn in haar huis. Naar mij keek ze niet en ze loste geen woord. Het gaf een verschrikkelijk gevoel om niet als mens gezien te worden maar als een pervert. Daarnaast kreeg ik totaal geen kans om uit te leggen dat er meer is aan je dan alleen jouw geaardheid.”
Discriminatie, de daarmee gepaard gaande homofobie en een overheid die jullie onderdrukt. Hoe ga je daar mee om?
Ilke: Het is erg moeilijk. Ik heb nog de hoop dat ik terug naar België kom waar mijn familie en vrienden me aanvaarden. Vele Esten hebben die hoop niet en dromen ervan om te verhuizen of plegen zelfs zelfmoord. Anderen gaan veel te veel uit en drinken te veel. Persoonlijk ben ik optimistisch en geloof ik in verandering als je er maar iets voor doet. Dat is ook de reden waarom ik hier een holebi-jongerengroep opgestart heb. Net zoals dat bij Vlaamse holebi-jongerengroepen gebeurt organiseer ik met mijn team activiteiten, fuiven, starten we projecten op enzovoort. En het werkt, jongeren zijn ons heel erg dankbaar!”
Rebecca: “Net als Ilke, trek ik ten strijde en blijf ik niet bij de pakken zitten. Actief meewerken aan een betere wereld voor holebi’s is wat ik doe. Hiervoor omring ik mezelf met mensen die me begrijpen en me aanvaarden, wat niet evident is. Gelukkig ben ik één van de weinige holebi’s hier wiens familie mij aanvaardt. Iedereen neemt de huidige maatschappelijke houding ten aanzien van holebi’s maar aan als normaal. Hoog tijd dus dat we ons verenigen en zorgen voor verandering! ”
Maja: “De wettelijke beperkingen die ten aanzien van holebi’s opgelegd worden probeer ook ik aan te vechten door mij te engageren binnen de holebi-beweging. Op die manier hoop ik iets te kunnen veranderen op een dag. Verder heb ik leren leven met de discriminatie en homofobie in mijn leven. Ik heb een dikker vel en laat veel dingen aan me voor bij gaan. Als ik een vrouw op straat wil kussen of haar hand wil vasthouden, dan doe ik dat gewoon. Het feit dat men mij hiervoor naroept en scheef bekijkt trek ik mij niet meer aan. Het is aan hun om er aan te wennen.”
Waar liggen dan de prioriteiten opdat het leven van buitenlandse holebi’s er op vooruit zou gaan?
Rebecca: “Vooreerst denk ik dat de homofobie vanuit de overheid zelf dient aangepakt te worden. In een volgende stap denk ik dat we moeten afgeraken van het beeld dat de vrouw niet meer of niet minder is dan een lustobject. Een soort van feministische revolutie dus! Het voor mij belangrijkste en misschien wel moeilijkste werkpunt is ervoor zorgen dat holebi-jongeren zichzelf graag zien en aanvaarden. Iets dat bij mij jaren duurde (en nog steeds).”
Maja: “De grootste prioriteiten zijn het werken aan gelijkheid en het beschermen van de mensenrechten ten aanzien van holebi’s. Ik niet echt denk dat er prioriteiten zijn wat betreft het streven naar een betere wereld. We zijn allemaal zelf prioriteit, de mensen moeten zelf deel uitmaken van de verandering die ze willen zien.”
Nu je hier in België bent voor het project, denk je er dan nooit eens aan om jouw thuisland te verlaten voor ‘een andere wereld’?
Maja: “Neen, niet echt. Ik vind het super om plaatsen als België te bezoeken, mensen te ontmoeten en nieuwe dingen te ontdekken. Maar het voelt even goed om terug thuis te kunnen komen, achteruit te leunen in mijn bureaustoel en mezelf de bedenking te maken: ‘Kom op mensen, er is nog veel werk aan de winkel!’. Slovenië verlaten voor een Belgische vrouw geeft me misschien uitzicht op een gemakkelijker en beter leven maar de situatie in Slovenië blijft dan nog altijd dezelfde, dat is niet wat ik wil.”
Rebecca: Soms heb ik er echt wel moeite mee om mij te kunnen verbinden met mijn thuisland en het ook graag te zien. Maar het is zoals het graag zien van familie, het is mijn thuis. Ik wil hier niet alles zomaar achterlaten. In tegendeel, ik dien hier te werken aan een betere wereld.
Om te eindigen waarmee we aanvingen: ‘Holebi’s hebben het goed in België’. Klopt dit wel Ilke? Wat zijn jouw ervaringen toen je met de caravan scholen afreisde?
Ilke: “Ik heb tijdens de projectweek in de verschillende Vlaamse scholen vooral gemerkt dat het progressieve westen niet zo progressief is. Op maandag sprak ik over België dat erg tolerant was, op vrijdag klonk het als 'ook hier wordt er nog veel gediscrimineerd'. België, dat uiteindelijk holebi’s vele rechten toekent en financieel sterker staat, kan evenwel de kracht en hoop geven aan buitenlandse jongeren om te blijven geloven in verandering en bovenal zichzelf te zijn.”
Medewerkster van het project Stefanie Geysen besluit: “Ik denk dat we samen met de ‘internationalen’ naar huis gegaan zijn met het idee dat we toch wel veel jongeren iets hebben bijgebracht, sommige jongeren hebben doen nadenken over hun standpunten (over holebi's, maar ook over religie, etc.) en misschien zelfs enkelen geholpen in de zoektocht naar hun seksuele identiteit. Bij deze wens ik ook projectmedewerksters Anneleen Nauwelaerts en in het bijzonder Emily Claes, bezielster van het project, in de bloemetjes te zetten.”
(NM)
27/11/2008 |