Binnendringen in het homowereldje, er een plekje zoeken en mensen leren kennen. Het is een zeer moeilijke opdracht voor Nick, een 27-jarige jongen uit Gent. Maar onlangs leerde hij Oliver kennen. Voor mij zit een glunderende jongeman die honderduit vertelt over zijn leventje.
Nick: Ik heb Oliver heel toevallig leren kennen. Tijdens de Gentse Feesten kwam een jongen naast mij zitten op de tram. Blijkbaar herkende hij mij van vroeger, toen ik een paar keer naar de holebi-jongerengroep Verkeerd Geparkeerd ben geweest. Ik had nog nooit met hem gepraat. We waren luidop aan het lachen omdat de tramhaltes in het Gentse dialect werden omgeroepen. “Wijs hé maat?” “Ja, de max." En zo zijn we beginnen babbelen. Via msn hebben we daarna nog wat gechat en het weekend erna was de eerste date een feit.
’t Is leuk en ik voel mij er goed bij. We zien wel hoe het loopt tussen ons. Ik ben wel blij dat het zo is gegaan, want het is voor mij helemaal niet evident om iemand te leren kennen. Ik ben sinds mijn achtste blind en de ander moet altijd de eerste stap zetten. Als iemand geïnteresseerd is in mij, moet hij gewoon een gesprek beginnen. Dat eerste contact is het moeilijkst. Daarna gaat het heel vlot, want ik ben een sociaal iemand. Maar ik moet afwachten, en dat is frustrerend. Dat maakt mij af en toe wel een beetje droevig, te moeten wachten tot er iemand aan mij ‘plakt’.
Nick is een vlotte babbelaar. Anderhalf uur lang praat hij over Gent, sport, uitgaan en jongens.
Nick: Ik voel meteen of het klikt of niet. Ik moet hem totaal niet voelen, zoals sommigen misschien denken. Ik heb daar eigenlijk geen greintje behoefte aan. Ik zie dat wel als we een stap verder gaan. Ik val nogal op jongensachtige types. Hij moet niet stoer zijn, hij mag gevoelig zijn, maar hij moet ook jongensachtig zijn.
Mijn zwakke punt? Heterojongens. Ik ben vaak verliefd geweest op heterovrienden, al vraag ik mij af of dat dan wel verliefdheid is. Misschien is het eerder aantrekking. Ik voel me snel tot iemand aangetrokken. De meesten kunnen er wel om lachen. Het zijn ook vrij breeddenkende mensen. Ze weten dat ik makkelijk flirt, al is het maar om te plagen.
In het homowereldje blijft het toch een beetje spartelen, zo geeft Nick toe. Zelf weinig initiatief kunnen nemen, is een extra drempel. En jammer genoeg had hij ook een paar negatieve ervaringen.
Nick: Ik zou graag wat meer kunnen uitgaan in het homomilieu. Ik ben dikwijls naar de Casa Rosa of The Out gegaan, maar ik krijg daar echt het gevoel dat het om een vleeskeuring gaat. Of dan heb je die oude mannen die wél op een blinde durven afstappen en denken: we zullen hem snel eens binnendraaien. Eentje trakteren, een sigaretje,… Leuk is anders! Maar ik neem zeker geen blad voor de mond. Ze mogen weten dat ik totaal niet geïnteresseerd ben.
Ik was een beetje gedegouteerd door het milieu. Ik ging er niet meer uit, en dan kan je ook moeilijk mensen ontmoeten. In mijn vriendenkring zijn het allemaal hetero’s! Ik heb ook lang gedacht: als je uitgaat in het homomilieu en altijd optrekt met homovrienden, dan steek je jezelf in een vakje. Nu denk ik dat je daar anders moet mee omgaan. Onlangs heb ik Lieke leren kennen, die voor Wel Jong Niet Hetero werkt en me een beetje wegwijs wil maken in het jongerenwereldje. Dat zie ik echt wel zitten.
Ik heb een paar vriendinnen die wel mee wilden gaan fuiven in Twieoo. “Komaan, Nick, we gaan met je mee, en dan zal je wel iemand leren kennen”. Daar ben ik blij om. Het zijn heterovriendinnen, maar ze wilden zich zelfs als een koppel gedragen (lacht). Superlief.
Ik ga heel graag uit. Hoe meer mensen ik kan leren kennen, hoe liever. Ik heb daar echt behoefte aan. Daarnaast volg ik een opleiding wielrennen, die mij veel deugd doet. Ik heb een tijd niet gesport en de kilo’s kwamen er snel bij, maar intussen ben ik al weer afgevallen. Met toneel ben ik ook bezig en ik werk vier dagen. Ik ben graag en altijd in de weer. Ik moet oppassen dat ik niet te veel hooi op mijn vork neem, maar toch zou ik graag nog tijd maken om in het holebimilieu mijn steentje bij te dragen.
Ik denk dat integratie een belangrijke stap is voor mensen met een beperking. Ik volg mijn opleiding wielrennen in een sportclub voor blinden, maar het is de bedoeling dat ik daarna integreer in een gewone sportclub. Als ik daarna competitie wil doen, is dat wel weer voor blinden. Het is rijden met tandems. Trainen gebeurt wel geïntegreerd. Het zou leuk zijn mochten er in holebi-jongerengroepen ook meer jongeren met een beperking geïntegreerd worden. Ik ben benieuwd om mensen te leren kennen die in dezelfde situatie zitten als ik.
(GH)
07/09/2008 |