Ilke Jaspers is een gepassioneerde holebi-activiste. Tijdens de voorbije Belgian Lesbian and Gay Pride liep ze voor Wel Jong Niet Hetero (WJNH) voorop met een grote wereldbol.
Vandaag ervaart ze het leven als lesbienne in Estland en sinds kort zetelt ze in de bestuursraad van de internationale holebi-jongerenorganisatie IGLYO. Volgens Ilke is het belangrijk “dat we als holebi’s internationaal gaan denken. Dat heeft een groot effect op de verdraagzaamheid.”
Je hebt binnen WJNH het Team Internationaal opgestart. Hoe is dat gegroeid?
Twee jaar geleden kon ik via WJNH naar Roemenië voor jongerenwerking. Het zag er perfect uit en ik dacht: dit moet ik gewoon doen! Ter plekke werd ik geconfronteerd met de holebiproblematiek. De samenleving in Oost-Europa is zo verschillend van de Belgische. Als ik hand in hand liep met een vriendin, maakten mensen een kruisteken. In Polen zag ik mensen op straat komen met homofobe bordjes. Als je dat voor je neus ziet gebeuren, is dat echt heel erg.
Toen ik terugkwam van Roemenië, was ook WJNH heel erg begaan met het internationale thema. Het stond opgenomen in de jaarplanning, en daardoor kon ik een Team Internationaal opstarten. WJNH staat al heel ver op dat vlak, en is voor buitenlandse organisaties vaak een voorbeeld door haar kracht en reikwijdte.
Wat heeft het team intussen verwezenlijkt?
De grootste gebeurtenis was het internationaal seminarie vorige zomer, tijdens de EuroGames in Antwerpen. Dertig jongeren uit vijftien verschillende landen kwamen er praten over solidariteit. Het grote effect van zo’n seminarie is dat het mensen motiveert om ook in eigen land iets te organiseren. Een tijdje terug kwam één van de deelnemers, een Turkse jongen die in Spanje woont, bij mij. Hij vertelde dat het seminarie een enorme impact op hem heeft gehad. Voor de eerste keer stond hij op een plein vol holebi’s, kijkend naar een projectie op groot scherm van trouwende holebi’s. Zoiets was een droom voor hem.
Een tweede actie van het Team Internationaal vond plaats op de Internationale Dag Tegen Homofobie. Op het Astridplein in Antwerpen hebben we een ludieke actie georganiseerd. We hebben er een Pools schooltje neergezet vol Kaczynski’s op de schoolbanken. Aan de hand van een quiz gaven we uitleg over de situatie in Polen. In Polen mag je bijvoorbeeld niet over homoseksualiteit praten.
Je bent pas verkozen tot bestuurslid van IGLYO. Waar is die organisatie mee bezig?
IGLYO staat voor International Gay, Lesbian, Bisexual, Transgender, Queer Youth and Student Organisation. Het is een koepelorganisatie van internationale holebi-jongerenorganisaties. Voor België betekent dat lidmaatschap vooral veel inbreng doen. IGLYO werkt rond vier kernthema’s die voor jongeren over heel Europa belangrijk zijn: mensenrechten, onderwijs, geestelijke gezondheid en religie. Haar conferenties organiseert IGLYO vaak in Oost-Europese landen. De protestacties en de media-aandacht die dan volgen hebben een enorme invloed. Je maakt holebiseksualiteit zichtbaar en bespreekbaar zo.
Wat wil je zelf graag verwezenlijken binnen IGLYO?
Mijn grootste prioriteit ligt bij het onderwijs. Ik zou heel graag de schoolboeken aangepast zien. Ik ben het beu om te lezen over An en Jan, of Rik en Leen. Overal, ook in België, is alles zo gericht op de heteronorm. Die denkwereld veranderen is iets dat op internationaal niveau moet gebeuren. Ik kan er niet tegen als mensen zeggen dat je kinderen nog niet mee moet confronteren met het holebithema. Zodra ze kunnen lezen, moet er iets in die boeken staan over holebi’s.
Je studeert en woont momenteel in Estland. Waarom koos je voor dat land?
Als holebi-activiste kan je vooral iets doen door in het land te wonen, door te ervaren wat de jongeren daar meemakenervaren. Ik ging de voorbije jaren naar seminaries, ik praatte er met mensen en ze zeiden: “we hebben nood aan vrijwilligers”. In Estland geeft niemand daar om en is niemand ermee bezig. Het grootste probleem in Estland is dat geen enkele holebi uit de kast durft te komen.
Is het dan niet moeilijk om jonge holebi’s te ontmoeten?
In de hoofdstad Talinn is er één holebicafé en één club. Er zijn geen andere activiteiten. In Tartu, waar ik woon, is er niets. Holebi’s heb ik er leren kennen door open te zijn, door gewoon overal te zeggen: “kijk, ik ben lesbisch”, zonder te weten hoe de reacties zouden zijn. Doordat je zelf uit de kast komt, komen anderen naar jou om stilletjes te vertellen dat ze eigenlijk ook holebi zijn.
De meeste mensen hebben er nog nooit van homoseksualiteit gehoord. In scholen wordt er niet over gepraat. Je moet de mensen eerst informeren, echt beginnen bij het begin. Je moet uitleggen dat holebiseksualiteit ook rond liefde draait en dat je echt wel een gezin kunt starten samen. Dat is irreëel voor hen, want ze kunnen zich niet inbeelden dat je met iemand van hetzelfde geslacht een gezonde, stabiele relatie kunt hebben mét kinderen.
Je hebt nu een Estse vriendin, hoe ervaar je dat?
Het was heel emotioneel om van dichtbij haar eerste coming-outproces mee te maken. Ze had nog nooit twee homo’s hand in hand zien lopen of zien kussen. Het was dus een heel grote stap, en zeker de coming-out bij vrienden. Ik word daar ‘de boyfriend’ genoemd omdat ze toch willen vasthouden aan de heteronorm. Veel holebi’s leven er in angst. Als je als holebikoppel op straat wordt gezien, laten ze je buiten een paar opmerkingen met rust, maar als je alleen over straat loopt en een groep skinheads zou tegenkomen…
Wat kunnen jongeren doen die hun solidariteit willen betuigen?
Ze kunnen vrijwilliger worden en allerhande projecten helpen organiseren. Het is moeilijk om mensen te vinden die willen buitenkomen, die uit hun luie zetel komen en echt iets dóen. Je kan brieven schrijven bijvoorbeeld. Organisaties als Amnesty International en WISH zijn daarmee bezig. Als je wil reizen, kan je ook heel veel doen: naar seminaries gaan, meewerken aan projecten of aanwezig zijn op prides. Wij hebben de kans om ons te laten zien, en die zichtbaarheid is heel belangrijk.
Meer informatie over Team Internationaal
Links
IGLYO -
Jint -
WISH
(IDC) en (GH)