Open brief aan de minister van Jeugd Sven Gatz

24-05-2017

Beste minister,

ik zag u op woensdag 17 mei, de internationale dag tegen holebi- en transfobie, een mooie speech geven op de conferentie van çavaria (de Vlaamse koepel van holebi- en transgenderorganisaties). Voor hun 40ste verjaardag wilden zij niet enkel terugblikken op de geschiedenis van de beweging maar ook en vooral vooruitkijken naar de toekomst. Vandaar de toepasselijke naam: “Towards a bright LGBTI+ future”. En wie denkt aan de toekomst, denkt automatisch aan de jeugd. Maar onze toekomst ziet er momenteel niet zo bright uit…

 

In uw speech sprak u over het wegwerken van de schotten in het sociaal-cultureel landschap zodat elke organisatie de mogelijkheid krijgt de eigen identiteit vorm te geven. Voor ons zijn er echter twee dikke muren die we met al ons jong geweld maar niet omver krijgen: welzijn en onderwijs.

 

Af en toe komen er cijfers rond suïcide bij holebi- en transgenderjongeren in de media met veel verontwaardiging en ongerustheid als gevolg… en terecht! Voor ons is mentale gezondheid dan ook een belangrijk thema. Wij zijn geen hulpverleningsorganisatie, wel een jeugdvereniging. Wij zijn dus ook niet de redders in nood, wel de helpers vóór de nood. Onze jongeren kunnen andere jongeren versterken en wij willen hen daarbij versterken. Gelukkig kunnen we hiervoor rekenen op andere fantastische organisaties maar het blijft vaak beperkt tot ad hoc initiatieven i.p.v. een structurele aanpak aangezien we hier geen ruimte (lees: middelen) voor krijgen.

 

Een ander pijnpunt is onderwijs. Als het gaat over de aanvaarding van holebi’s en transgenders, wordt vaak naar deze sector gekeken… wederom terecht! Maar ik heb het gevoel dat eigenlijk niemand weet dat hier maar amper ruimte (lees: middelen) voor wordt gemaakt. Onze vrienden bij çavaria hebben twee personeelsleden die instaan voor àlle Vlaamse scholen, van de kleuterklas tot het hoger onderwijs. Zij leveren prachtig werk maar hebben geen aanbod voor de scholieren zelf. Af en toe zijn er projectsubsidies vanuit verschillende overheden om hierrond te werken maar deze zijn steeds tijdelijk waardoor het wederom beperkt wordt tot ad hoc initiatieven i.p.v. een structurele aanpak.

 

We botsen al jarenlang tegen die muren maar we zijn er steeds in geslaagd dit op één of andere manier toch een plaats te geven in onze basiswerking. Maar nu komt ook nog eens die basiswerking onder druk te staan… compleet onterecht! Initiatieven zoals Youthwork @ Pride tonen dat jeugdwerk werkt, ook rond aanvaarding van holebi- en transgenderjongeren. Dit geeft ons ruimte om meer in te zetten op de meest kwetsbare jongeren. Spijtig genoeg is die ruimte (lees: middelen) gekoppeld aan decretale voorwaarden. Wij moeten als organisatie dus resultaten kunnen voorleggen, wat uiteraard volkomen terecht is maar voor ons moeilijk haalbaar. De focus ligt namelijk op groei, aantallen, spreiding ... Cijfers dus. En daar knelt voor ons het financiële schoentje. Of om een nieuwe betekenis te geven aan het spreekwoord ‘beter één vogel in de hand dan tien in de lucht’: beter één jongere op weg helpen die het echt nodig heeft, dan tien die eigenlijk al kunnen vliegen.

 

Conclusie: Wij zorgen voor ontmoeting tussen holebi- en transgenderjongeren in een veilige omgeving maar daarvoor hebben we ruimte nodig en u weet ondertussen waarschijnlijk al wat u hier moet lezen…

 

Jurgen Denys, voorzitter van Wel Jong Niet Hetero