Pagina 1 van 1

[Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 03 sep 2009 23:38
door Genner
Hallo,

m'n vorige verhaal is precies verdwenen bij opkuis van het forum, voor de geïnteresseerden is het nog altijd te volgen via de link in m'n profiel. Ik ben niet van plan het hier opnieuw te posten. Wat ik wel van plan ben, is een nieuw verhaal te beginnen!

Ladies (& gentlemen?): enjoy! Of niet, hangt af van wat ge van het verhaal vindt natuurlijk :P Laat het in ieder geval zeker weten. Ook tips en terechtwijzingen zijn meer dan welkom.
            • P R O L O O G
De kamer stinkt. De kamer is donker en hard en bonkt tegen mijn hoofd. De lucht doet naar adem happen die ik niet in mijn lijf wil, het voelt te vuil voor woorden. Eén lichtstraal, maar vraag me niet waar ze vandaan komt. Vraag me gewoon niets, niet nu, niet morgen en daarna zie ik nog wel.

De lichtstraal beweegt en verwijdert zich, ver weg van mij. Er is een God. Ik geloof niet in hem, maar hij is er! Om een onverklaarbare reden haat ik de lichtstraal meer dan ik mezelf haat de laatste dagen, weken, maanden, misschien altijd al. Of misschien beeld ik me de zelfhaat in, misschien hou ik wel van mezelf. Misschien hou ik zoveel van mezelf dat ik niet zag dat zij van me houdt, of dat hij van me houdt. Misschien ben ik een egoïstische parasiet die leeft op het medelijden en de vermeende liefde van anderen. Misschien ben ik niets van dat alles.

Een enorm teveel aan gedachten, dwarrelen en dansen en zweven en doen allesbehalve zich koest houden en gaan liggen in een hoekje van mijn brein waar ik er de eerstkomende paar jaar niet mee geconfronteerd word.

Zij of hij. Hij of zij? Hart of verstand. Verstand of hart? Of zijn beiden hart? Of beide verstand? Want het hart is een spier, niets meer en niets minder.

Weer die klotegedachten, die klotemuizestrontjes in mijn klotehoofd. Ze glippen overal tussen, zijn ontelbaar, verstrooien mij, maar niet op de goede manier. Ik wil ze niet.
De kamer wordt kleiner en groter en warmer en kouder en voller en leger van mij. Soms zie ik het einde niet, soms is de muur aan de overkant angstwekkend dichtbij.

Jens, Jan, Jeroen, Jerôme, Jommeke, hoe heet hij ook weer? Ik pijnig mijn geheugen tot mijn hoofd barst van de pijn, maar ik kan het me niet herinneren. Ik kan me hem wel herinneren, ik zie hem haarscherp voor me. Erik, Ewout, Edward, Elliot? Geen idee.
En zij dan? Sasha, Sarah, Selina, Sandra? Ella, Evelien, Erika, Esther? Esther. Esther? Ja, Esther.

Oké, dat is een begin.

Esther.

Vaag word ik me een opkrullende mondhoek gewaar. Esther is inderdaad een begin. Zo’n begin van alles dat eigenlijk niet bestaat, maar dat toch aangeduid wordt als begin omdat het alles in een stroomversnelling gebracht heeft die je liever niet had ervaren en op andere momenten dan weer wel.

Esther.

Ongemak, gepaard gaand met de ziel die zich eerder roert dan geroerd wordt. Op dit moment althans.

De lichtstraal is nu eindelijk verdwenen. Ik krijg vijf seconden rust voor mijn hoofd zowat splijt van het felle licht dat plots, zonder enige waarschuwing, aangestoken wordt.
Voetstappen plus echo, vage contouren, duidelijk mannelijk. Wat een belachelijke pet, zeg. Een baard en een snor en donkere, bekende ogen. Daan?

Daan!

Dat was zijn naam.

Niet de naam van de man die steeds dichterbij komt. Dat is iemand anders, dat voel ik overal en nergens.

“Ben je wakker?” roept de man veel te luid. Waarom schreeuwt hij ook zo vlak bij mijn oor? Dat is toch nergens voor nodig?

Ik heb geen zin in een gesprek in deze verwarde toestand, maar hij heeft mijn geopende ogen al gezien en nu is het natuurlijk te laat.

Te laat, hoe typisch voor mij.

“Half.”

Een zucht van opluchting die klinkt als een orkaan. Kan iemand even het geluid dempen?

“Er is hier iemand voor je.”

“Wie,” vraag ik oprecht vermoeid.

“Iemand die je heel graag wilt zien. Ik ken haar ook niet. Ze heet Serafina.”

Ik stoot een vreugdeloos, enorm vervormd klinkende lach uit.

“Niemand heet echt Serafina.”

“Zij beweert dat ze zo heet. Enig idee over wie het kan gaan?”

Het voelt nog altijd niet alsof ik helder kan denken. Ik zie alleen twee vage gezichten voor me. Ik weet nu hun namen: Esther en Daan. Daan en Esther. Desther. Whatever.
Ik weet nog dat hij soms graag moeilijk praat. Ik weet nog dat ik dan doe alsof ik dat geweldig vind, maar het eigenlijk zever in pakskes met enorme strikskes vind.

Ik weet nog dat hij er eerst was en daarna zij. Ik weet nog dat ik het niet meer wist.
De man, die ik me nu herinner als niemand minder dan mijn vader, komt terug binnen. Ik zie hem al wat scherper.

“Ze wilt niet weggaan. Ik moest zeggen dat ze rijstebrij heeft meegebracht.”

Plotseling is alles zo helder als alles wat ook maar enigszins helder is bij elkaar. Rijstebrij…

“Laat haar maar binnen. En doe dan alsjeblieft het licht uit.”

Hoe moet ik haar aanblik ook verdragen?

Re: [Verhaal] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 05 sep 2009 12:31
door Stiko
hmm...

je neemt ons mee en laat ons dan zomaar achter met "rijstebrij"? ik wacht braaf op een vervolg, want ik ben geboeid^^

Grtz

Re: [Verhaal] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 05 sep 2009 23:23
door Spirit119
Vol ongeduld zal ik wachten op het vervolg!
You've got me hooked already ;)

Re: [Verhaal] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 08 sep 2009 00:22
door Xerxes
Klinkt alvast goed. Ik ben wel fan van je schrijfstijl, en je maakt het al vanaf het begin spannend.

Ik kijk er alvast naar uit meer te zien van dit verhaal, het is zeker niet slecht.

Re: [Verhaal] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 13 sep 2009 09:54
door Aap in een Potje
waah, tis zalig!

Re: [Verhaal] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 14 sep 2009 22:00
door Genner
@Stiko: bedankt voor het reageren! Ik hoop dat dit verhaal je blijft boeien en als het dat niet doet, je me dat ook laat weten dmv welgeplaatste kritiek :')

@Spirit119: echt tof dat je dit verhaal ook leest! Kben ook blij dat het je interesseert, het is iets helemaal anders dan 'Roze Olifanten'.

@Xerxes: één van de grootste complimenten die je me kunt geven, dus een welgemeende dank u :')

@Aap in een Potje: hopelijk blijft het dat ook!

Ook bedankt voor het lezen aan de mensen die niet reageren uit tijdsgebrek of om eender welke reden! De datum van de laatste update staat nu trouwens tussen de vierkante haakjes.
            • H O O F D S T U K 1
            • ..Enkele weken terug..
Op televisie is de winter altijd veel leuker dan in het echt. Vooral de Amerikaanse films en series kunnen er wat van: je doen verlangen naar dat seizoen vol winterpret. Op televisie liggen er pakken sneeuw, in het echt enkel wat modderige brij. Als er al eens een mooi tapijt valt, dan wordt die idyllische vlakte meteen vertrapt door een arrogante mensenvoet die ‘houdt van het geluid van knerpende sneeuw’. Op televisie is uitglijden grappig, in het echt doet het alleen maar pijn. Het warme haardvuur en de chocolademelk met slagroom blijven in het echte leven meestal bij voornemens en plannen. Het lekkere eten is haast meteen op en de afwas, die tonen ze niet op de beeldbuis.

Mijn handschoenen, die eigenlijk te krap zijn, irriteren me mateloos. Ze schuiven constant een eindje op en laten zo mijn polsen bloot. Laat dat nu net één van de gevoeligste plekken van mijn lichaam zijn. Ik ben op weg naar school, mijn laatste winter in de middelbare school.

Gelukkig kan ik enkele minuten later zeggen dat ik er ben, maar dan heb ik enkel de schoolpoort bereikt. Het grootste avontuur volgt nog: het schoolplein. Spekglad en pubers die je zou kunnen vermoorden om hun humor. Ja, jongens, het mag misschien vreemd klinken, maar sneeuwballen in je nek zijn écht niet aangenaam.

Ik zie een knalrode muts, druipende krullen en daaronder een gezicht dat momenteel op donder staat. Met tevergeefs voorzichtige stappen bereik ik hem en inspecteer mijn schoenen. Inderdaad. Vies, vuil en nat.

We begroeten elkaar niet, een knik volstaat. We hebben het nooit zo voor elkaar begroeten gehad. Ik zie dat zijn handschoenen groot genoeg zijn en ben jaloers. Na even te overwegen of ik hem zou overvallen om die handschoenen, besluit ik het toch maar niet te doen. De arme kerel kan het ook niet helpen dat ik te lui was om dit weekend of op enig eerder tijdstip de winkels af te schuimen naar een nieuw paar.

Hij neemt een laatste trek van zijn sigaret, de gloeiende punt een valse troost biedend. Hij dooft ze uit en leunt naar me toe voor een kus, die ik pertinent weiger.

“Niet als je gerookt hebt, dat weet je.”

“Doe niet zo flauw, de lessen beginnen zo en ik kan m’n dag niet beginnen zonder kus.”

Zucht. Soms is hij zo aanhankelijk dat je er ziek van wordt. Natuurlijk heeft hij wel goede kanten die dat ruimschoots compenseren, dus vergeet ik voor het gemak even dat ik nogal hou van de woorden ‘personal space’.

“Ik kan m’n dag niet beginnen met een rotadem in m’n bek. Vraag die kus dus maar aan iemand anders.”

“Dat wil ik niet.”

“Begin nu niet te zeuren. We moeten toch gaan, ik heb geen zin om zaterdag terug te komen enkel en alleen omdat jij staat te smeken om een kus die je toch niet krijgt.”

Hij laat z’n schouders zakken en kijkt beteuterd. Puppy-ogen? Check. Pruillip? Check. Verslagen houding? Check. Laat ik me verleiden? Van m’n leven niet.

Daan en ik betreden het schoolplein met grote voorzichtigheid en nemen de veel langere weg die onder alle galerijen leidt, in een poging om minimaal grond te betreden die blootgesteld wordt aan de grillen van de weergoden.

Op de trap liggen plasjes. Niemand loopt achter ons. We wachten altijd tot de laatste om niet in het geduw, getrek en de haast terecht te komen. Vier trappen en een stukje gang verder trekt Daan de deur achter zich dicht, de opvoeder kijkt even op en fronst een wenkbrauw om aan te geven dat we te laat zijn, maar het scheelt amper een minuut dus zal hij het wel zo laten.

We begeven ons elk naar onze studiebank, die geheel toevallig in twee uithoeken van de studiezaal staan. Ik neem m’n wiskundeboek en sla het verveeld open. Die test zal ik hoogstwaarschijnlijk toch niet halen, ook al heb ik er m’n hele weekend, twee avonden en een halve nacht aan gespendeerd. Het leven is niet eerlijk. De getallen dansen voor m’n ogen, worden wazig en weer scherp.

Als de bel gaat, begeef ik me zo snel mogelijk naar het lokaal. De leraar komt, opent de deur en Daan, die vlak achter me kwam, komt naast me zitten achteraan. De andere leerlingen druppelen langzaam binnen.

“Michael en zijn dochter zijn gisteren bij ons geïnstalleerd. Ik zweer je, als ik tien euro zou krijgen per vriend van mijn moeder plus eventueel aanhangsel dat al bij ons gewoond heeft, was ik al lang stinkend rijk en kon ik op m’n gemak rentenieren in Tokyo.”

“Vast.”

Hij overdrijft altijd zo. Hoewel, dit keer heeft hij misschien niet helemaal ongelijk. Zijn moeder wordt nogal snel verliefd, is enorm koppig, pusht alles en iedereen, tot de kanarie toe, en wordt haast even snel teleurgesteld in het leven, de liefde en de mens. Dan komt ze er pas weer bovenop als een andere man een kans gewaagd heeft.

“Hoe lang zijn zij en Michael al samen?”

“Twee maanden.”

“Denk je dat het dit keer blijft duren?”

“Eerlijk?”

Ik knik.

“No way. Ze zijn te verschillend en dat is allemaal wel heel leuk in het begin – tegenpolen trekken elkaar aan, complementaire karakters en ander gezever – maar het blijft niet duren. Hij houdt van thuis zijn, zij houdt van uitgaan. Zij houdt van uitgebreide sociale contacten, hij beperkt zich liever tot de intieme vriendenkring. Geen wonder dat ze elkaar leerden kennen op Michaels eerste avondje uit sinds ongeveer vijf jaar.”

“Is het een toffe kerel? Want dat verhoogt voor jou natuurlijk in tussentijd wel het leefbaarheidsgehalte.”

“Hij valt wel mee. Zijn dochter is wel een rare, ze is nogal bezig met kunst en muziek enzo.”

“Artistiek type?”

“Ze ziet er uit als jij en ik, ze praat als jij en ik, maar hou je vast als je ook maar een woord laat vallen over kunst en muziek. Dan kan ze een hele monoloog afsteken die je eigenlijk bitter weinig interesseert.”

Ik kijk op en zie dat iedereen zijn plaats heeft ingenomen. De leraar haalt iets uit zijn tas, de les gaat zo beginnen. Ik kijk naar Daan, maak een kort beweginkje met mijn hoofd naar de oetlul die vooraan staat en hij knikt begrijpend. Dit gesprek wordt voortgezet in de pauze.

Het lesuur sleept zich voorbij en ik overweeg net om mijn wiskundeboek nog eens boven te halen als de bel gaat. Ik schiet me naar het ander lokaal, haal de papieren uit die al van naam, klas, datum, vak en dergelijk meer zijn voorzien en begin nerveus op mijn stoel te wippen, wachtend op de wiskundetest.

Even later krijg ik al mijn blad, terwijl de rest nog binnenkomt. Ik lees eerst elke vraag en hoe meer het nummer oploopt, hoe minder moed ik heb. Ik begin dan maar met de twee vragen die op het eerste zicht wel doenbaar lijken. Daarna stort ik me op de acht andere opgaven die me serieus doen afvragen waar ik al die tijd aan heb verspild.

Een uur later is van mijn aanvankelijke nervositeit niets meer te merken. Met barstende hoofdpijn en bijzonder somber gemoed verlaat ik het lokaal, tien minuten nadat de bel voor de pauze heeft aangekondigd dat het tijd was om een luchtje te gaan scheppen op een plek die veilig is voor sneeuwballen.

Ik vind Daan achter het muurtje waar we altijd afspreken als iemand nog iets te doen heeft. Met een vragende blik in de ogen wacht hij me op, bekijkt me enkele seconden en slaat dan een arm om mijn schouder.

“Het zal wel meevallen.”

“Nee, dat zal het niet. Ik haal hooguit een zes.”

“Dan ben je toch geslaagd?”

Ik kijk hem aan. “Meen je dat nou?”

“Wat?”

“Het is op twintig, Daan.”

“Oh. Euh. Het is beter dan vijf? Dan zou je maar een vierde van de punten hebben!”

“Hoera,” antwoord ik sarcastisch. “Ik heb hooguit een punt meer dan 25 procent.”

Hij kijkt me even verslagen aan als ik me voel. Hij doet ook maar z’n best. Ik sta hem toe me nog wat dichter tegen zich aan te trekken en verander snel van onderwerp.

“Die dochter van Michael…”

“Uhu?”

“Hoe heet ze ook weer?”

“Esther.”

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 15 sep 2009 00:09
door mial
hmm, ik vind het wel leuk om te lezen. Het heeft me nog niet helemaal in z'n greep, maar dat komt waarschijnlijk nog wel. Je hebt alleszins een vlotte pen en je weet de sfeer wel heel goed te scheppen. Een aantal dingetjes mogen voor mij gerust achterwege gelaten worden, maar het is natuurlijk jouw verhaal. De leerkracht in mij hoeft hier niet de bovenhand te halen.

Ik kijk uit naar het vervolg! Ook al ben ik niet echt je 'leerkracht' geweest, het is wel heel leuk om te zien dat 'ex-leerlingen' zo mooi met taal bezig zijn!

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 17 sep 2009 15:53
door Spirit119
Ik vind het absoluut prachtig! Ik ging er helemaal in op, en was zeer teleurgesteld toen ik klaar was met lezen, omdat het al gedaan was. Schrijf spoedig meer :)

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 20 sep 2009 14:02
door Aap in een Potje
pracht, pracht pracht!

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 20 sep 2009 14:45
door Xerxes
Zeker geen slecht stukje. Behoorlijk geschreven, en nog altijd een zekere 'spanning'.

Ik wil zeker graag nog meer lezen !

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 23 sep 2009 20:13
door Stiko
en ik heb het gevoel dat ik letterlijk ga herhalen wat mijn 2 voorposters zeiden, dus ik laat het hier bij^^

Re: [Verhaal, 14/09] Rijstebrij en nootjes

Geplaatst: 10 okt 2009 14:53
door zelientje
inderdaard anders dan roze olifanten, maar daarom nog niet minder mooi, wanneer komt het volgende? deze lezer wacht vol spanning!